Handleiding groenbemester, drachtplantakkerbouwzaad

Keuze

Welke groenbemester je kiest hangt af van een heleboel factoren:

•  Grondsoort: neem enkel soorten die geschikt zijn voor je grond.
•  Zaaitijdstip: hoe vroeger een groenbemester als nateelt gezaaid kan worden,    hoe meer keuze er is. In juli kan alles nog, na half september valt er niet meer te kiezen.
•  Te verwachten onkruidgroei: met snelgroeiende groenbemesters, zul je minder last hebben    van het onkruid.
•  Het gestelde doel: ligt de nadruk op aanbreng van organisch materiaal, dan zoek je een    groenbemester uit met een hoge opbrengst. Gaat het er vooral om, om de grond    onkruidvrij te houden, neem dan een snelkiemende en snelgroeiende plant die de grond    helemaal bedekt. Ben je vooral geïnteresseerd in stikstofaanbreng, zaai dan zo vroeg    mogelijk een vlinderbloemige.
•  De vruchtwisseling: de volggewassen voor de volgende twee á drie jaar mogen niet tot    dezelfde familie behoren. Zaai nooit kruisbloemigen op een door knolvoet bedreigde of    aangetaste grond.
•  Mogelijkheden voor onderwerken: voor vorstgevoelige groenbemesters hoef je weinig    te doen. Winterharde moeten echter goed ondergewerkt worden door te spitten,    te ploegen, te frezen of te maaien.
•  De kosten: hoewel voor een liefhebber van minder belang, worden hier toch de kosten vergeleken:

– Granen en vlinderbloemigen zijn het goedkoopst.
– Vlinderbloemigen zijn matig in prijs ook al verschillen de kosten wel.      Ook kun je de planten in zaad laten komen en oogsten.
– Graszaad is zonder meer duur.

Klavers
Klavers zijn vlinderbloemigen, die dus stikstof uit de lucht kunnen opnemen. De meeste soorten komen als groenbemester het best tot hun recht als ze een heel seizoen of liefst langer, kunnen blijven staan. In de groenteteelt is dat moeilijk te doen. Inkarnaatklaver en Alexandrijnse klaver zijn de snelste groeiers en geven als nateelt het meest voldoening. Klavers zaai je op een onkruidvrij gemaakt stuk grond, omdat ze in het begin traag groeien (behalve Inkarnaatklaver). Je mag ze slechts om de zes jaar op dezelfde grond zaaien, dit om schimmelinfectie te voorkomen.

Waarschijnlijk stamt de klaverteelt uit Waasland. In de 17e eeuw kende de klaverteelt op Vlaamse leemgronden een zeer grote verspreiding. Klavers werden als ondergewas gezaaid in rogge en haver en als veevoeder gebruikt.

tabel 1 groenbemesters

Grassen

Grassen zijn uitstekende groenbemesters. Ze vormen een zode die het onkruid verstikt en het vormt ook veel organisch materiaal. Ze maken niet zoveel stikstof aan als vlinderbloemigen, maar gras levert anderzijds wel behoorlijk wat kalium, die ze beter dan andere planten uit de grond kunnen opnemen. Om ze onder te werken moet je in principe wel spitten. Wie niet wil spitten kan haver gebruiken; dat wil nog wel eens kapot vriezen.
Denk bij het zaaien van grassen niet gauw dat je te dun gezaaid hebt. Grassen stoelen immers uit: elk klein sprietje gras vormt na verloop van tijd aan de basis zijhalm en die dan wortels krijgen zodat uiteindelijk een zode ontstaat. Bovendien kiemt niet al het zaad gelijktijdig. Granen (rogge, kanariezaad) zijn erg goedkoop, grassen zijn duur.

tabel 2 groenbemesters